Een deelnemer uit één van mijn intervisiegroepen brengt een casus in. Ze heeft een conflict met een collega. Ze is er zichtbaar van aangedaan. Als ze er over verteld gaat haar ademhaling direct omhoog en krijgt ze rode vlekken in haar hals. Door het beeld dat ze schetst van de collega, kun je niet anders dan met haar meeleven.
βπ±π ππππ ππβπ πππππππ ππππππ!β
De week erna heb ik een andere groep. Toevalligerwijs zit de betreffende collega in deze groep en brengt dezelfde casus in. Ook zij is zichtbaar aangedaan. Ze krijgt een boze uitdrukking op haar gezicht en begint hard te praten. Door het beeld dat ze schetst van de collega, kun je niet anders dan met haar meeleven.
βπ±π ππππ ππβπ πππππππ ππππππ!β
Uiteraard heb ik niet verteld dat ik beide collegaβs in een groep heb. Wat heb ik wel gedaan? De groep uitgedaagd om de juiste vragen te stellen. Wat is hier echt aan de hand? Wat is er feitelijk gebeurd? Zijn de emoties passend bij de situatie of zijn ze βte grootβ? Ik zorg dat het gesprek al snel niet meer gaat over βdie collegaβ, maar over de rol van de inbrenger.
En dit is precies waar intervisie en coaching om gaat. Luisteren naar het verhaal met oprechte aandacht om vervolgens liefdevol te confronteren. Wat wordt er getriggerd bij je dat je reageert zoals je reageert? En wat kun je zelf doen? Is jouw verhaal βde waarheidβ of kan er ook nog wat anders spelen?
Is dat fijn? Vaak niet. Het schuurt en doet soms pijn. Maar het is wel de enige manier als je wilt veranderen. Kijken naar je eigen aandeel. In plaats van ππππππ πππ π
π ππππππ ππ πππ πππβ¦..dat gebeurt al genoeg.